Hoewel tot nu toe vindingen van lang vervlogen tijden niet voorhanden zijn, is het zeker dat al 9000 jaar geleden de eerste mensen in het Oetztal (spreek uit: EUTSTAL) kwamen. Het meest bekende bewijs daarvoor is wel de legendarische fonds van de ijsman"Ötzi".
Omstreeks 1500 v.Chr. vond de eerste bezetting plaats, die langzaam maar zeker groeide. De eerste gebieden, die in oorkonden genoemd worden, zijn in de 12e eeuw Sölden (destijds "Seldon" genaamd) en Ötztal (Ezital). Er ontstond een uitstekende landbouw en veeteelt en omstreeks 1320 ontstond de eerste straat over de "Timmelsjoch". In de 19e eeuw is er sprake van een probleem. De grond bleek niet vruchtbaar genoeg en het voedsel werd schaars. Om dit probleem op te lossen werd er tussen 1830 en 1850 een verbod op het huwelijk gelegt om de bevolkingsgroei tegen te gaan.
Als gevolg trokken vele families weg (onder andere naar Amerika, waar nog steeds tiroolse families bestaan), of stuurden de kinderen via het Arlberggebied naar Schwaben (Zuid Duitsland). De sogenaamde schwabenkinderen moesten te voet grote afstanden afleggen en werden aan boerderijen overgeleverd. Daar moesten zu hard werken en kregen daarvoor een dubbele "häs" (häs staat voor een volledige bekleding, van muts tot schoenen) en een beetje geld.
Franz Senn, die de gletsjerpriester werd genoemd, zette zich voor het gebied in en liet nieuwe wegen en berghutten bouwen. Hij was ook medestichter van de Duitse alpiene vereniging. Hij leidde het toerisme in het Ötztal en verbeterde de economische situatie aanzienlijk. Vandaag is het Ötztal het middelpunt van het Tourisme in Oostenrijk met zeer goed ontwikkelde infrastructuur, populaire skigebieden en alles van kleine ontbijtpensioenen tot 5-sterren hotels.